Wat

Gewone Content

Long Tone

 

Speel een lange noot naar keuze. Je houdt die aan zonder er iets aan te veranderen. Heel statisch. Als een monochroom kleurvlak. Gitaristen, pianisten en percussionisten kunnen een noot laten uitklinken of kunnen een gelijkmatige tremolo spelen.

 

Voor Dansers is een lange noot een continue beweging in één Tempo en met één Volume. Alsof een golf door het lichaam gaat. Het ene na het andere lichaamsdeel mag de beweging overnemen. Hoe hoger de toon, hoe vlugger de beweging. (Noot: dit is voor Dansers een van de moeilijkste tekens om uit te voeren)

 

Voor Acteurs is een lange toon de eerste lettergreep van een woord dat lang wordt uitgesproken op één toon zonder dat het einde van het woord weerklinkt. Voorbeeld. “Taart”: T-a-a-a-a-a-a-a-a-a-a-a-a-a-a-a-a-a-a-a-a-a-a-a.

 

Teken: je tekent een lijn in het horizontale vlak, beide handen met de vingers op elkaar. De lange noot wordt getekend op een denkbeeldige notenbalk voor de Soundpainter. Een hoge toon wordt getekend boven het hoofd. Een toon in het middenregister ter hoogte van de borst en een lage toon zo laag als je met de armen kunt aangeven.

Improvise

 

Speel een solo. Je bent volledig vrij in wat je doet.

De Soundpainter mag iemand die bezig is met een vrije improvisatie niet zomaar stoppen, maar geeft hem om te stoppen het “Finish Your Idea”-teken, zodat die ongeveer een minuut heeft om zijn solo af te werken.

Het is de bedoeling dat de speler die dit teken krijgt echt een solisten-rol op zich neemt en op het voorplan treedt.

De Soundpainter kan aan Improviseer een Hoe-teken toevoegen. In dat geval moet het grootste deel van de improvisatie (maar dus niet alles) die Hoe volgen.

Voorbeeld: Improvise With Long Tone

Dan moet de focus van je improvisatie bestaan uit lange noten, maar mag er ook ander materiaal gebruikt worden.

 

Teken: de Soundpainter maakt een ∆ met je beide gestrekte handen

Memory

.

Een stuk dat de Soundpainter je vroeg om te memoriseren. De Soundpainter geeft eerst het This-teken en dan Memory 1 (of 2...). De Spelers onthouden zo precies mogelijk wat ze aan het doen zijn zodat de Soundpainter het terug kan oproepen.

 

Voorbeeld: Whole Group - Memory 1 - Play

 

Geen paniek. Wanneer je niet meer precies weet wat je deed, speel dan een benadering van wat je deed. Uiteindelijk is Memory jouw geheugen en niemands geheugen is perfect. Je speelt wat je je herinnert.

Was je niets aan het spelen toen de Soundpainter het teken gaf, dan is niets spelen jouw “Memory”.

 

Teken: Je houdt je wijsvingervinger tegen je slaap, gevolgd door een cijfer

 

 

Relate To

 

Speel iets dat inspeelt op wat de andere speler die wordt aangewezen speelt. De manier waarop je inspeelt op een ander is open. Dat kan ironiserend zijn, steunend, tegensprekend, nabootsend (tenzij de Soundpainter specifiek aangeeft hoe je moet relateren).

 

De volgorde waarin de Soundpainter de tekens geeft is belangrijk, want die geeft aan wie wie moet volgen.

Voorbeeld 1:

Speler 1 en speler 2 zijn aan het improviseren. De Soundpainter geeft aan:

Speler 2 - Relate To - Speler 1

In dit geval zal speler 2 beginnen inspelen op speler 1 maar speler 1 zal niet inspelen op speler 2.

Voorbeeld 2

Speler 1 en 2 zijn aan het improviseren De Soundpainter geeft aan

Speler 1, Speler 2- Relate to In dit geval gaan beide spelers inspelen op elkaar.

 

Het teken: de Soundpainter wijst afwisselend de twee spelers aan (de beweging lijkt een beetje op het flossen van je borstbeen - ouch).

Minimalism

 

Herhaal cyclisch een motief.

 

De Soundpainter geeft eerst aan hoeveel tellen hij vooraf zal geven, telt af en dan start de cyclus. Dat aftellen is niet de maat die wordt aangegeven, maar een aftellen naar de start. De Speler kiest zelf het metrum (3/4, 4/4, 6/8...), ontwikkelt niet, corrigeert niet, maar blijft ongewijzigd herhalen wat hij koos om te spelen. .

De Soundpainter blijft het tempo aangeven tot hij vindt dat het geheel goed samen zit en geeft dan het Continue-teken, waarna de groep zelfstandig verder speelt.

De Soundpainter kan er ook voor kiezen om het Play- of Slowly Enter teken te gebruiken, dan speelt ieder in zijn eigen tempo.

 

Voor Acteurs: herhaal een woord, een flard van een zin of een korte zin.

 

Voor Dansers: herhaal een beweging.

 

Teken: de Soundpainter brengt beide handen met de ruggen van de handen tegen elkaar zodat de armen de binnen benen van de letter ‘M’ vormen.

Met aftellen: de Soundpainter geeft met de linkerhand het aantal beats aan (het teken daarvoor is: met de rechter vuist een paar keer op het hart kloppen), stapt dan in de Box om af te tellen, geeft nog even het tempo aan en geeft dan het Cotinue-teken.

Pointillism

 

Staccato, puntig en chaotisch materiaal dat niet-cyclisch wordt uitgevoerd. Daar kan hier en daar een flard van een lange noot, een motief of ritme inzitten. Pointillism is ‘niet-’: niet-tonaal, niet-ritmisch, niet-melodisch, niet-cyclisch, niet- voorspelbaar, ... chaos, contrast en energie zijn de kernwoorden.

 

Voor Acteurs: flarden van woorden met hier en daar langere flarden tekst.

 

Voor Dansers: chaotische, hoekige bewegingen zonder ritmisch patroon.

 

Teken: je tekent met wijsvinger en duim op elkaar enkele punten in de lucht boven je hoofd.

Memory

 

Binnen de inhoud die gevraagd wordt, kies je ander materiaal.


Voorbeeld 1: 
Binnen Minimalisme speel je een motiefje dat je herhaalt. Bij het teken Change, gevolgd door een Start-teken speel je een ander motiefje dat je herhaalt. 
Voorbeeld 2:
Binnen LT (long tone) speel je een lange noot in het middenregister. Bij Change, gevolgd door een Start-teken, kies je een andere lange noot.

 

Vorm met een van je handen (eender welke) de letter C.

Modes

Deze Wat-tekens vragen 'live-actie' en worden dan ook in de Box gegeven. Ze bevatten dus ook een 'Wanneer' en soms ook een 'Wie'.

Scanning

.

Wanneer de arm van de Soundpainter de Speler passeert, speelt hij het eerste wat in zijn hoofd opkomt. Telkens als de arm passeert moet hij spelen en dat moet telkens iets anders zijn. Blijft de arm naar iemand wijzen, dan ontwikkelt de Speler heel traag wat hij aan het spelen is: hij blijft bij het materiaal en wijzigt hier een daar iets, voegt iets toe, laat iets weg, speelt het een beetje luider, stiller, trager, vlugger, hoger, lager... en gaandeweg transformeert het materiaal zich...

Na één minuut moet het beginmateriaal nog te horen/zien zijn. (Ontwikkelingsniveau 1)

Noot:

• Het is belangrijk dat goed begrepen wordt dat Scanning meer is dan het effect van een van de golfbeweging door het orkest, maar dat er een specifieke inhoud aan verbonden is (het langzaam ontwikkelen)

• Voor de Soundpainter is dit een “zoek”-teken. Hij kamt het orkest af op zoek naar materiaal dat hij dan kan gaan ontwikkelen. Zie ook: Point To Point, Play Can’t Play...

Teken: De Soundpainter strekt de arm, stapt dan in de box en kamt met gestrekte arm de groep af. Wil je dat de Speler verder speelt zonder dat je hem aanwijst, maak dan met diezelfde hand een éénhandig Continue-teken of maak het continue-teken met de andere hand.

 

Stab Freeze

 

Op het moment dat de Soundpainter het stab-teken geeft, blijft de plaat haperen: de noot van de muzikant, de beweging van de danser, de lettergreep van de acteur worden herhaald in relatie tot het ritme dat gespeeld wordt, alsof de groep gevangen zit in een een moment. De danser mag daarbij een korte rewind maken gevolgd door een beweging in de richting van wat hij bezig was te doen.

 

Speelt de muzikant een lange noot op het moment van de Stab, dan blijft hij die lange noot spelen. Was je niets aan het spelen, dan ben je gevangen in die stilte en speel je niets tot de Stab verwijderd wordt. Heb je het moment van de Stab niet gezien, dan reageer je er niet op door binnen te glippen (Don’t sneak in, don’t sneak out), maar doe je gewoon verder met wat je bezig was.

Teken: de Soundpainter strekt in de Box zijn linkerarm en toont zijn gestrekte hand met handpalm naar boven. De Stab ontstaat op het moment dat hij met zijn andere arm een denkbeeldige dok steekt in de linkerhandpalm. Als hij de dolk er uit haalt stopt de Stab en keert de Speler terug naar waar hij mee bezig was voor de Stab.

Het Continue-teken wordt bij alle Freezes gegeven met de handen boven elkaar, omdat bij het gewone Continue-teken de Spelers zouden kunnen stoppen met de Freeze.

Synchronize

 

Synchroniseer je materiaal precies met dat van een ander een ander. 


In sommige gevallen is dit heel eenvoudig, in andere heel moeilijk, afhankelijk van de complexiteit van het materiaal. Je verandert wat je aan het spelen bent door dingen die je rond je hoort/ziet toe te voegen aan wat je speelt, zonder te stoppen of de energie van wat je aan het doen bent te laten zakken. Laat geen gaten of verander niet abrupt. De bedoeling is dat het geheel geleidelijk aan verandert in eenzelfde richting, tot iedereen hetzelfde speelt. Het is geen wedstrijd om zo vlug mogelijk aan het eindpunt te zijn. Vaak is het zelfs de bedoeling van de Soundpainter om een kluwen van materiaal langzaam in eenzelfde richting te duwen zonder dat er een eindpunt bereikt wordt. Vaak gebeurt het ook dat twee groepen ontstaan die niet willen toegeven aan elkaar.

Belangrijk: je synchroniseert met wat je hoort of ziet. Je bent vrij in de keuze met wie je gaat synchroniseren. Voor synchronisatie met beweging: kijk niet om je heen, blijf naar het publiek of naar de Soundpainter kijken en synchroniseer met wat je waarneemt in de ooghoeken.

Teken: de Soundpainter brengt de handen samen met ineengestrengelde vingers.

Er zijn verschillende manieren om dit te gebruiken. Meestal stapt de Soundpainter in de box en blijft hij daar met ineengestrengelde handen staan tot het gewenste niveau van synchroniseren bereikt is. dan geeft hij het Continue-teken en stapt uit de Box; De Spelers blijven dan spelen zonder verder te synchroniseren.

 

Een alternatieve manier om het te gebruiken (is iets moeilijker met een beginnende groep) is door buiten de Box het Synchronize-teken te geven en daarna het Play-teken te geven: de Speler moet dan direct synchroniseren met iemand anders en dat blijven herhalen, hij krijgt maar één kansi, moet vlug kiezen en bij die keuze blijven.Dit geeft een interessant effect: je een plotse shift krijgt in het materiaal.

 

Dit kan ook met “Slowly Enter”. Dan krijgt de Speler 5 seconden om te synchroniseren en blijft dan spelen zonder verder te synchroniseren.

Er zijn drie manieren waarop de Soundpainter dit teken kan beëindigen, afhankelijk van wat hij wil.

De Soundpainter geeft een Continue teken en stapt uit de Box. Het gewenste niveau van synchronisatie is bereikt. De spelers synchroniseren dan niet verder en blijven spelen wat ze spelen.

 

Break Synchronize. De Soundpainter haalt in de Box de handen abrupt en met een knappende beweging uit elkaar. Dan keren de spelers direct terug naar wat ze deden voor de Synchronisatie.

Lock Synchronize. De Soundpainter heft de ineengestrengelde handen even op en maakt een korte kappende beweging naar beneden. Dan stapt hij uit de box. Dit betekent dat de Spelers zelfstandig verder synchroniseren. De Soundpainter gebruikt dit teken als hij een groep wil laten verder synchroniseren terwijl hij zelf met een andere groep Spelers iets anders kan gaan doen.

Point To Point

.

Eigenlijk dezelfde inhoud als Scanning, maar in plaats van te “kammen”, wijst de Soundpainter de Speler aan. De Speler reageert direct door het eerste te spelen wat in hem opkomt en stopt pas met spelen wanneer de arm van de Soundpainter niet meer wijst naar hem. Blijft de arm naar iemand wijzen, dan ontwikkelt de Speler heel traag wat hij aan het spelen is zoals in Scanning (Ontwikkelingsniveau 1).

Teken: De Soundpainter geeft de groep vooraf aan dat hij “Point To Point” zal uitvoeren door en paar keer met gestrekte armen naar boven te wijzen (zoals een slechte discoDanser), stapt dan in de Box en wijst met gestrekte arm de Speler aan. Wil je dat de Speler verder speelt zonder dat je hem aanwijst, maak dan met diezelfde hand een éénhandig Continue-teken of geeft het met de andere hand.

 

Hit

 

IEen korte geaccentueerde klank (of beweging bij Dansers). Nadat je de klank gespeeld hebt, keer je terug naar waar je mee bezig was. Een Hit kan dus komen "bovenop" ander materiaal. Hoe groter de beweging van de Soundpainter, hoe luider de Hit. Het Hit-teken wordt gegeven op een denkbeeldige notenbalk (zoals bij Long Tone). De handen hoog betekent een hoge noot, de handen laag een lage noot.

De sterkte van de Hit wordt aangegeven door de grootte, de kracht en snelheid van de beweging.

Voor Dansers bepaalt de hoogte de plaats op het lichaam waar de Hit moet worden uitgevoerd.

Teken: de Soundpainter werpt zijn armen naar voren. De Hit wordt gespeeld op het moment dat de handen van de Soundpainter opengaan.

Anafora

 

Een korte “rewind”.

Teken: je maakt een kappende beweging met beide handen (als een “karate chop”), je handen ongeveer 30 cm uit elkaar. Je geeft eerst ter voorbereiding het teken uit de Box en stapt daarna in de Box en maakt de kappende beweging.


Hier zijn verschillende mogelijkheden.

Geeft de Soundpainter 1 keer het teken, dan keer je enkele klanken, woorden of bewegingen terug en herhaal je die één keer en dan ga je weer verder met waar je mee bezig was.

Blijft de Soundpainter in de Box staan met het teken, dan blijf je de “rewind” cyclisch herhalen (er ontstaat een Minimalisme). Geeft hij het Continue-teken, dan blijf je de herhaling spelen, zonder ze te wijzigen.

De Soundpainter kan ook het start- en eindpunt van de loop geven. Dan geeft hij eerst het voorbereidende teken uit de Box, kapt dan in de Box met zijn linkerhand om het startpunt te geven, daarna met zijn rechterhand om het eindpunt te geven.

Pitch Up/Down

 

 

Speel wat je speelt een hele of halve toon hoger of lager. De Soundpainter houdt eerst de handen dicht bij het lichaam met de vingers naar boven of naar onder en strekt dan de armen. De uitvoerder verandert pas wanneer de armen van de Soundpainter volledig gestrekt zijn. De vingers naar omhoog betekent hoger, de vinger omlaag betekent lager.

Voor een danser is toonhoogte snelheid. Een halve of hele toon betekent voor hen een heel kleine fractie sneller of trager.

 

Op dansers heeft dit nagenoeg geen effect (een klein beetje vlugger of trager)

Interdisciplinaire tekens

Deze tekens zijn speciale Content in die zin dat ze de Speler vragen iets te doen wat niet in zijn discipline hoort (Bijvoorbeeld: een Danser die moet praten).

Sommige tekens kun je lanceren met Play (Speak, Whistle, Laugh, Cry, Extende technieken, Air Sounds, Scream), anderen kun je enkel gebruiken met With (Movement, Voice, Sing). Bijvoorbeeld: Minimalism With Voice.

 

Speak

.

Praat honderduit, niet-narratief en non-stop over gelijk wat. Onderwerpen kunnen vooraf afgesproken worden.

Teken: de Soundpainter vormt een megafoon met zijn handen voor zijn mond.

 

Cry

.

Huil (zo natuurlijk mogelijk)

Teken: wrijf met gebalde vuisten even onder de ogen.

 

Air Sounds

.

Luchtgeluiden (sshhhhhh, aahhhhhhh, hooooo) maar niet ademen en fluiten

Teken: Hou de gestrekte hand in het horizontale vlak voor de mond en maak een beweging

weg van de mond.

 

Extended Techniques

 

Gebruik onconventionele speltechnieken. Voorbeeld: pianisten plukken aan de snaren, violisten strijken met de achterkant van de boog, etc....

Voor Dansers: voer een ongewone en voor jouw onnatuurlijke beweging uit.

Teken: de Soundpainter maakt een ringetje met duim en wijsvinger en kijkt erdoor. De andere hand houdt hij ervoor, met gestrekte wijsvinger en middelvinger, die hij

afwisselend een paar keer over en weer beweegt.

Whistle

.

Improviseer vrij met gefluit, maar citeer geen bestaande melodieën

Teken: wijs met beide wijsvingers naar je neusvleugels

Laugh

.

Lach (zo natuurlijk mogelijk)

Teken: de Soundpainter legt zijn hand op zijn buik en slaat tegelijk de andere hand naar achter.

Scream

.

Schreeuw luid en in paniek.

Teken: hef je armen op, met de handpalmen gericht naar de groep en tril even met de handen.

Voice

 

Gebruik je stem. Dat kan met praten of zingen zijn of iets ertussen in

 

Teken: wijs naar je stembanden.

Movement

 

Voer de gevraagde Content uit met beweging

 

Teken: wijs naar je stembanden.

Andere